VLAANDEREN MOET BEDANKEN VOOR LAMBERMONT
licht verkort gepubliceerd in de Standaard 20 april 2001
Ruim een half jaar geleden, op 16 oktober 2001, bereikten toppolitici van paars-groen een akkoord over de verdere staatshervorming. Het Lambermontakkoord voorziet in extra geld voor de Gemeenschappen in ruil voor een beperkte fiscale autonomie en bijkomende bevoegdheden voor de Gewesten. Het akkoord werd door velen negatief onthaald, met als grondslag volgende drie basiskritieken.
Ten eerste : het akkoord zet onomkeerbare stappen naar een opdeling in drie Gewesten, terwijl de Gemeenschappen ter plaatse trappelen. De Gemeenschappen krijgen volgens een nadelige verdeelsleutel (Sint-Eloois) wel geld bij, maar geen extra bevoegdheden. Ze krijgen geen enkele fiscale autonomie en verliezen zelfs hun enige belasting (kijk- en luistergeld). De fiscale autonomie en de regionalisering van de gemeentewet daarentegen versterken Brussel als derde Gewest. Op fiscaal vlak wordt de hoofdstad, zoals de andere Gewesten, volledig bevoegd voor gewestbelastingen. Wat de lokale besturen betreft verliest Vlaanderen elke inspraak in de inrichting van zijn eigen hoofdstad. In de praktijk zullen de macht van de lokale baroniën, die stevig in Franstalige handen zijn, en de georganiseerde inefficiëntie nog toenemen. De Brusselse Vlamingen verliezen een belangrijke bondgenoot.
Ten tweede: de fiscale autonomie van de gewesten is erg beperkt. Op de personenbelasting mogen de gewesten op- en afcentiemen heffen binnen een marge van 6,75%, terwijl de marge vandaag in principe onbeperkt is. Op termijn komt maximaal 20% van de Vlaamse begroting uit eigen fiscaliteit. Het bestaande solidariteitsmechanisme blijft ongewijzigd, ook al werkt het te genereus en pervers. Te genereus omdat het rijkere Vlaams Gewest na solidariteit minder overhoudt dan het armere Brussels Gewest. Pervers omdat het Brussels Gewest rijker wordt naarmate zijn bevolking armer wordt. De gewestbelastingen blijven geklemd in een carcan van federale grendels en van verplichte samenwerkingsakkoorden. De regionalisering van deze belastingen levert Brussel, bovenop zijn hoofdstedelijke bonus (25 miljard frank), vele miljarden extra op.
Ten derde: de bijkomende bevoegdheden voor de Gewesten zijn ondermaats. Kwantitatief zijn ze goed voor 1% van de Vlaamse begroting. Alhoewel landbouw en buitenlandse handel nu al in belangrijke mate regionaal blijven er belangrijke federale uitzonderingen bestaan. De regionalisering van de gemeentewet is belangrijk, maar werd met het Sint-Michielsakkoord reeds eerder afgekocht. En over de splitsing van ontwikkelingssamenwerking blijft er grote onduidelijkheid bestaan. Tenslotte maken vele andere punten van het Vlaamse regeerakkoord, zoals de gezondheidszorg en het kiesarrondissement Brussel-Halle-Vilvoorde, geen deel uit van het akkoord. Het is ook onzeker of er ooit nog een verdere stap in de staatshervorming komt. De financiële noden van de Franse Gemeenschap zijn immers voor goed gelenigd en Vlaanderen heeft geen andere pasmunt om de Franstaligen te verleiden.
Op 23 januari 2001 bereikten de paars-groene onderhandelaars een akkoord over de omzetting van het akkoord in wetteksten. Het nieuwe akkoord maakt het vorige niet evenwichtiger, wel integendeel. Aan de oorspronkelijke tekortkomingen worden er nieuwe toegevoegd.
Zo wordt de fiscale autonomie van de gewesten opnieuw onder federaal toezicht geplaatst. Op de regionalisering van de gemeentewet bestaan tal van federale uitzonderingen en het toezicht op de randgemeenten is een lege doos. De splitsing van ontwikkelingssamenwerking blijft erg onzeker en er komen tal van verplichte samenwerkingsakkoorden. De verdeelsleutels voor de financiering van landbouw en buitenlandse handel zijn in het nadeel van Vlaanderen. Aan de kritiek van de Raad van State op deze wetteksten gedeeltelijk tegemoet gekomen. Toch blijft het risico bestaan dat de overheveling van de gemeentewet en ontwikkelingssamenwerking er niet komt, terwijl de Franstaligen toch hun extra geld voor het onderwijs krijgen. Bovendien werd de regionalisering van de ecotaks opnieuw geschrapt. Tenslotte is het intussen duidelijk dat de Franstaligen in Brussel slechts minieme toegevingen willen doen.
Het besluit ligt voor de hand. Het Lambermontakkoord kan, ook in zijn opgesmukte versie, niet worden aanvaard. Bij de aanvang van de parlementaire bespreking staat reeds vast dat dit akkoord niet het « historisch akkoord » is dat de communautaire problemen definitief zal oplossen. Lambermont gaat in tegen de resoluties van het Vlaams Parlement en gaat voorbij aan het Vlaams regeerakkoord. De Vlaamse partijen die het akkoord toch goedkeuren plegen woordbreuk en plegen een aanslag op de legitimiteit van de politiek.
(ondertekenaars)
Matthias Storme